Why do all the good guys live so far away.

Why do all the good guys live so far away.
# Gepost op maandag 30 juni 2008, 06u51

I'm fading away.

I'm fading away.



Omdat je in mijn ogen verwarring ziet,
maar je de kracht niet hebt mijn hemel op te klaren.

Dus blijf ik maar dromen van een wereld,
met jou en mij,
een wereld van wij.
# Gepost op maandag 30 juni 2008, 06u50

Wie kan dromen verklaren?

Er zat een heks in mijn kamer. Een vieze oude dame onder mijn bed. In mijn kamer zat Anouk, mijn nicht. Ze waarschuwde mij, maar ik was niet bang. Ik kroop onder het oude bed en sloeg haar met een bezem. Plotseling zag ik haar gezicht, het was redelijk mooi maar toch zo afgrijselijk dat ik begon te wenen en in mijn bed kroop. Zo snel als ze was zat ze op mijn bed aan mijn lakens te trekken totdat er plots een man in mijn kamer kwam. Hij zei een spreuk en de heks veranderde in haar, lange haren die op één of andere manier bij elkaar bleven. Het was niet dood, de haarbal, het leefde. 'Wat moet ik ermee doen?!' Riep ik naar de man maar hij haalde zijn schouders op. Anouk liep naar mijn broers kamer, waar zij blijkbaar overnachtte en ik liep achter de man aan. Hij smeet het haar in de badkamer, waar mijn broer stond te douchen. 'Ohnee!' Gilde ik, ik was bang dat het haar mijn broer zou pijn doen, vermoorden zelfs. Maar het haar kwam onder de deur gekropen en viel mij aan. Ik was zo bang dat ik bij Anouk in bed ging liggen en het haar bleef weg.

Ik verdronk in een toren. Het water was enorm hoog en boven mij hing een deur, nouja in de muur hé. Ik had blauwe kleren aan en behoorde tot de slechte, de vijand. Naast mij liepen rood geklede personen, ik kon hun zien door een glazen wand. Nog even en ik was dood tot plots een man mij eruit trok en mij naar een kamer leidde. Daar zei hij, dat we moesten vechten.

Ik stond in een bos, ik denk het prinsenbos. Naast me stond Maïté. Maïté & ik behoorden tot de musketterie, ja dat woord bestaat niet maar toen wel. We hielden messen vast en maakten ons klaar. Ik heb geen idee wie er nog tot onze groep behoorde maar we vertrokken. Onze vijand had legerkledij aan en was kaal, ze leken een beetje op skinheads. We vielen ze aan en er vielen gewonden langs hun partij en de onze. Maar Maïté en ik konden ons redden. Ik liet het mens door iemands arm glijden en maakte een hoge sprong en vond een zijpad. Ik wenkte Maïté en zo snel als we konden liepen we daar naartoe. Daar stonden mannen met lange haren, zwarte pakken en witzwarte smink hun front te verdedigen. Ik riep er iets naar toe, of het veilig was ofzo, maar ze antwoorden niet. Rond hun hoofd brandden vlammen. We liepen er naartoe en plotseling vielen ze ons aan. Het was eng maar we liepen door. Toen kwamen we bij een man, de bevelhebber zeker en die zei dat het een test was. We mochten in hun basis! Ik zag dat ze vechtten tegen mannen in het blauw, mijn volk! Toen ik mijn outfit zag was het niet rood, nene, maar groen! Eng. Ze smeetten grote ronde rotsen en die raakten de vijand! Yes! Plotseling was Caro er ook, ze stond blijkbaar aan onze kant. Ze hield de katapult vast waar een rotsblok ging tegenvallen. "Neeee!" Gilde de man en Caro viel achteruit. Ze was niet dood maar zei niets meer. Plotseling liep ik op de vijand af!

Het was mooi weer, een tuinfeest. Naast me lag een jongen, met lichte krulletjes, maar hij was lelijk echt lelijk. Ik keek naar de lucht maar hij draaide me om. 'Laten we kussen zoals die!' Hij wees naar een koppeltje naast ons die denk ik familie van me was. Hij kustte me maar ik wou niet. Plotseling rolde hij mij naar beneden, een heuveltje. Toen ik daar aan kwam zag ik allerlei foto's liggen van mensen dat ik kende, naast hun stond een icoontje dat online / offline toonde. Mijn ogen rustten op Kevin en de jongen, de lelijke jongen, werd boos en vroeg wie het was. Ik haatte die jongen.

In paniek liep ik de huizen voorbij. Ik zocht naar het huis van mijn oma, overgrootmoeder, geen idee! Naar iemand oud dat familie van me was, ze was gestorven en alles werd weggehaald. Tussen het weggetje waarop ik liep en de huizen lag een beekje. Toen ik het huis van haar vond nam ik een aanloop en sprong ik erover. Als een gek zocht ik een schoendoos, waar mijn oude brieven en tekeningen aan haar inlagen maar ik vond ze niet. Ik begon te wenen en trok haren uit. Laden werden opengetrokken tot ik plotseling enkele tekeningen vond. In stukjes, kleine stukjes, sommige wel wat groter, en ook teksten. Ik was zo blij, maar het was niet wat ik zocht. Plotseling stond er een klein jongetje naast me. Ik weet niet wie hij was maar hij was ook familie. Ik gaf hem wat ik gevonden had en liep terug naar mijn opa. 'WAAR IS MIJN SCHOENDOOS!'

Aan degene die het nog niet doorhadden, dit heb ik deze nacht gedroomd. En geloof me, het was niet gemakkelijk, het was chaotisch en moeilijk en gekmakend. Ik heb liggen woelen en ijlen. Het was vreselijk.
# Gepost op maandag 02 juni 2008, 11u56

Liefde - Vriendschap ?

Dit was precies wat ik nodig had om er weer boven op te komen.
Dankje Natan.

Natan die me op zijn rug nam en dan skate.
Vanille-Jenever drinken.
Giechelen tot en met.
Porren en knuffelen.
Op een treintje in het donker staan dansen.
Naar de 'sterren' liggen kijken.
Foto's trekken en filmpjes van Eline doet 'bleaiebzuze' doet.
Eten tot ik 'vol' zat.
Lopen zodat we vol zweet hingen, eikes.

Zalige avond.
Familie <3 & Natan <3
# Gepost op zaterdag 31 mei 2008, 05u36
Gewijzigd op zaterdag 07 juni 2008, 14u55

It digs.

We all have a weakness
But some of ours are easier to identify.
Look me in the eye
And ask for forgiveness;
We'll make a pact to never speak that word again
Yes you are my friend.
We all have something that digs at us,
At least we dig each other
So when weakness turns my ego up
I know you'll count on the me from yesterday
If I turn into another
Dig me up from under what is covering
The better part of me


Incubus - Dig
[ Reactie posten ] [ Geen reacties ]
# Gepost op vrijdag 30 mei 2008, 12u10