Inleiding.
Oude kartonnen dozen stonden keurig opgestelt in de betekenloze ruimte. De ruimte werd afgebakend door vier vuile kleurloze muren. Twee ramen in een muur moesten de kamer van licht voorzien, maar op dit moment was het zo donker dat je amper de dozen zag staan. Voorzichtig liep ze de kamer in en zocht naar de lichtschakelaar. Na de muur te betast te hebben vond ze hem en een oude lamp sprong aan. De eerste kartonnen doos werd geopent. Voorzichtig, alsof ze miljoenen euros waard waren, haalde ze er papieren vellen uit. Daarna zocht ze in een andere doos naar punaises. Eén voor één werden de waardevolle posters opgehangen. Elke poster had zijn eigen herinnering. Na enkele minuten stapte ze achteruit en keek ze met een goedkeurende blik naar de muur. Er stonden zeker nog vijf andere dozen die vanavond moesten worden opengemaakt. Ze weigerde om in deze kamer te slapen als hij niet af was. Moe, maar vastberaden de kamer af te krijgen, maakte ze de volgende doos open. Knuffels, fotokaders, boeken, CD's en andere prullen werden één voor één zorgvuldig in kastjes en op planken gezet. Uit de allerlaatste doos haalde ze haar waardevolste bezit. Haar engel die haar beschermt tegen deze wrede wereld. Het enigste wat haar kan laten lachen als een klein kind. Het enigste dat haar enge gedachten kan wegnemen. Het enigste wat haar op dit moment troost kan bieden. Ze opende de doos en raakte de flessen voorzichtig aan. Ze voelden koel aan. Haar hart begon sneller en sneller te kloppen. Een grote glimlach verscheen op haar gezicht en weldra zou haar hart gevult worden met vreugde. De eerste fles werd opengemaakt en na enkele minuten was ze leeg. Luidkeels begon ze te zingen en te dansen in de kamer die er nu al een stuk vrolijker uit zag. De fles was leeg en had nu geen betekenis meer. Ze opende haar raam en smeet de fles naar buiten. Duizende glasstukjes rinkelden op de stenen. Ze genoot van het geluid. Onvoorzichtig zette ze zich op de vensterbank en snoof de buitenlucht op. ze kreeg het fris, maar de koelte kalmeerde haar. Een auto reed voorbij en bracht haar terug naar deze wereld. Snel sloot ze haar raam en kroop ze in bed. Slaapwel Amy, dacht ze bij zichzelf. Ze sloot haar ogen en fantaseerde over het einde van de wereld. Maar nog geen vijf minuten later verdween de glimlach en vormden er zich tientallen druppeltjes op haar voorhoofd. Haar demonen waren komen opdagen.
Een zoveelste nieuw 'begin'.
De wijzer van haar wekker sprong net op het streepje van de zes toen ze ineens recht op zat. Zweetdruppels rolden over haar voorhoofd. Met haar handen probeerde ze het gebonk in haar hoofd te stoppen. Voorzichtig deed ze haar ogen open, maar al snel zag ze de wrede demonen uit haar dromen heen en weer door haar kamer lopen. Al haar waardevolle spullen werden verscheurd en stuk gegooid. Het was net alsof haar hart uit haar borstkas werd gerukt. Het gebonk in haar hoofd werd harder en ze kon het niet laten om te gillen. Zo ging het elke ochtend rond zes uur. Een paar minuten later was het rustig geworden in de kamer. De wrede demonen waren verdwenen en alle spullen stonden weer op hun plaats. Voorzichtig stapte ze uit haar bed. De koelte van de vloer waarop ze liep deed haar huiveren. Met haar voorhoofd leunde ze tegen het raam en ademde ze stilletjes. Een traan rolde over haar wang. Zo wou ze de dag niet beginnen, maar het kon niet anders. Buiten glinsterden de glasstukjes door het licht van de straatlantaarn.
Aarzelend stond ze voor haar kast. Wat ze vandaag ging aandoen werd de eerste indruk van misschien haar nieuwe vrienden. Ofwel ging ze netjes, ofwel ging ze zoals zichzelf. De keuze was snel gemaakt. Haar oude versleten jeans met gaten op kniehoogte werd als eerste uit de kast gegrepen. Daarna volgde een iets te klein shirt dat al vele concerten had meegemaakt. Ze trok haar pyjama uit, trok nieuw ondergoed aan en daarna haar kleren. Om het af te maken haalde ze haar riem boven, een oude lederen riem die ze van één van haar vorige beste vrienden had gekregen. De meeste voorwerpen, kledingstukken en CD's die ze in haar kamer had liggen hadden sentimentele waarde. Het hoorde bij haar, zij had een verhaal net als haar bezit. Ze nam haar mp3 en zette hem op. Vrolijke muziek toverde haar bange gedachten om naar hoop. Ze huppelde de trap af en schoof aan de ontbijttafel. Haar moeder gaf haar de doos ontbijtgranen aan en gunde haar geen blik. Amy wist hoe haar moeder over haar dacht, maar ze gaf er geen moer om. Minuten gingen voorbij en wanneer de klok acht uur aan duidde stond Amy recht en liep ze het huis uit. Met haar zak op haar rug huppelde naar school. Haar vader had het vol sarcasme gezegt: 'Omdat je toch zo graag naar school gaat, heb ik een huis uitgekozen waar de school dicht bij ligt liefje! Ben je nu niet blij?' Maar Amy had geleert opmerkingen zoals deze te negeren. Toen ze na vijf minuten was aangekomen aan de straat van haar school vertraagde ze haar pas. Eenmaal ze voor het gebouw stond, stopte haar hart met kloppen.
Haar vorige scholen waren eng en kil. Het waren net gevangenissen die ervoor zorgden dat je niet kon weglopen. Hun muren waren hoog en versiert met puntig tralieswerk. De poorten waren meestal uit metaal gebouwd en beklad met gore teksten. Maar deze school was anders. Een glimlach verscheen op Amy's gezicht. Het eerste wat ze zag waren de bomen die er stonden. Het eerste wat er in haar opkwam was het woord natuur, hetgene wat ze zo hard had gemist in de laatste stad waar ze had gewoond. Ze wandelde de school rustig binnen. Al snel werden er hoofden omgedraaid en volgden tientallen paar ogen haar. Amy trok er zich niets van aan, ze was dit gewoon. Ze was weer een nieuw meisje die hun territorium binnen wandelde. Haar ogen zochten een leeg bankje waar ze op kon gaan zitten en wachten tot de bel ging. Ze wandelde naar een houten bankje onder een paar kleine boompjes. Voorzichtig zette ze zich neer en bekeek de omgeving eens beter. Hier en daar stonden bloemperkjes, grote maar ook kleine boompjes en zelfs een paar fonteintjes. De glimlach op haar gezicht werd groter en groter. Misschien dat ze het hier toch leuk ging gaan vinden. Toen gleden haar ogen over de leerlingen die rond haar stonden. Teleurgestelt keek ze weer naar de bomen. Net zoals op haar andere scholen zagen de leerlingen er weer hetzelfde uit. Niemand die anders was, uniek. Haar hoop verdween. Haar gedachten namen haar mee naar een andere wereld. Levensloos staarde ze voor zicht uit en de ogen die haar onderzoekend aankeken negeerde ze. Totdat plotseling de bel ging. Het had haar weer naar deze wereld gebracht.
De dag was voorbij. Haar nieuwe boeken stonden vol tekeningen van figuren die je bijna niet herkende. Haar klasgenoten hadden honderden woorden met haar uitgewisselt, maar geen één van hun had haar leren kennen. Ze voelde zich eenzaam en liep de lokalen voorbij. Net voor ze de poort uitliep wisselde ze een blik uit met een onbekende jongen. Zijn bruine ogen keken haar vragend en begrijpend aan. Nog nooit had ze zo iemand gezien die haar zo kon stil maken. Haar mond viel zachtjes open en haar wangen werden roze gekleurd. Hij streek met zijn hand door zijn zwarte haren en keek de andere kant op. Het magische moment was voorbij. Emy voelde zich weer eenzaam. Enkele seconden had ze zich warm gevoeld, maar nu was het weer zo koud. Teleurgesteld liep ze verder naar huis. Honderden vragen kwamen in haar op, maar één vraag bleef terug keren. Hoe zou zijn stem klinken.
Thuis schopte ze haar schoenen uit en liep ze stilletjes de trap op. Haar vader lag in zijn kamer te slapen en een woedeuitbarsting van hem kon ze nu wel missen. Ze opende de deur van haar kamer en het licht dat door haar raam binnenviel verblinde haar even. Ze liep de kamer in en sloot de deur. Zachtjes zakte ze neer en genoot ervan. Het verwarmde haar lichaam en deed haar denken aan de jongen van daarnet. Hoe zou hij ruiken. De vragen kwamen weer in haar op, maar alleen de belangrijke vragen. Ze hoefde zijn naam niet te weten, zijn leeftijd en woonplaats al evenmin. Ze wou alleen de belangrijkste zaken weten, de zaken die je automatisch te weten komt wanneer je bij die persoon bent. Hoe klinkt zijn stem, hoe ruikt hij, hoe beweegt hij, hoe voelen zijn aanrakingen. Zonder het te beseffen kleurden Amy haar wangen weer roze. Ze gaf zichzelf een knuffel en zette zich recht. Uit een lade haalde ze papier en potlood boven en begon hem te tekenen. De details klopten niet helemaal, maar dat deed er niet toe. Amy wou hem tekenen hoe ze hem had gezien en hoe hij haar had warm gemaakt. Het enigste dat volledig klopte waren zijn ogen. De ogen die haar vragend en toch begrijpend hadden aangekeken. Emy droomde weg toen ze uit het raam keek. Morgen zou ze hem aanspreken, als ze durfde. Toen volgden haar ogen de weg naar een klein ijskastje. Daar stond haar held die haar morgen de moed zal geven.
De noten die hij zong.
Amy huppelde vol moed naar school. Met een fles, waarvan ze het etiket had afgescheurd, in haar hand stak ze al de leerlingen, mannen, vrouwen en oudere mensen voorbij. De zon scheen fel in haar ogen en verblindde haar lichtjes. Ze opende haar mond en zong triestige liedjes op een gelukkige manier. Ze gaf geen moer om de afkeurende blikken die ze kreeg. Over enkele minuten zou ze hem, haar droomprins, terug zien.
Het plan was niet goed verlopen. Honderden toeren had ze afgelopen op de speelplaats, maar hun paden hadden geen enkele keer gekruisd. Bedroeft zat ze op een oud bankje te dromen van hoe zijn stem zou klinken. Rond haar draaide de wereld maar door. Het was onmogelijk te verklaren waarom, maar plotseling werd ze warm vanbinnen. Alsof het in de sterren geschreven stond keek ze op en daar stond hij in al zijn glorie. Zijn warme glimlach nodigde haar uit en zijn prachtige blauwe ogen begroetten haar. Een roze kleur sierde Emy's wangen en de zon liet haar ogen schitteren. "Hey." De manier waarop hij het had uitgesproken was net het refrein van het mooiste liefdesliedje dat ze ooit had gehoort. Dit was de eerste jongen, de eerste persoon die haar zo had kunnen betoveren. Er hoefden geen woorden meer gezegt te worden. Voor het eerst sinds een lange tijd voelde Emy zich gelukkig en veilig. "Ik ben Frederik." Vertelde hij haar met een glimlach. Ook op Frederiks wangen kwam een roze schijn tevoorschijn. Zonder na te denken of het wel een slimme zet was, legde Emy haar hand op zijn borst. Hij ademde zachtjes en ze voelde het geklop van zijn hart. Langzaam, in een prachtig ritme. "Ik heb nog nooit een meisje zoals jou ontmoet." Stotterde hij. Voor het eerst leek hij verlegen en snel trok Emy haar hand terug. "Sorry." Stamelde ze en ze draaide haar hoofd weg. In een fractie van een seconde nam hij haar hand weer vast. Haar huid was zo zacht als satijn. "Ik ben Amy trouwens."
Twee tieners in een moderne wereld die warmte, geluk en veiligheid bij elkaar ontdekken.
The End.
Oude kartonnen dozen stonden keurig opgestelt in de betekenloze ruimte. De ruimte werd afgebakend door vier vuile kleurloze muren. Twee ramen in een muur moesten de kamer van licht voorzien, maar op dit moment was het zo donker dat je amper de dozen zag staan. Voorzichtig liep ze de kamer in en zocht naar de lichtschakelaar. Na de muur te betast te hebben vond ze hem en een oude lamp sprong aan. De eerste kartonnen doos werd geopent. Voorzichtig, alsof ze miljoenen euros waard waren, haalde ze er papieren vellen uit. Daarna zocht ze in een andere doos naar punaises. Eén voor één werden de waardevolle posters opgehangen. Elke poster had zijn eigen herinnering. Na enkele minuten stapte ze achteruit en keek ze met een goedkeurende blik naar de muur. Er stonden zeker nog vijf andere dozen die vanavond moesten worden opengemaakt. Ze weigerde om in deze kamer te slapen als hij niet af was. Moe, maar vastberaden de kamer af te krijgen, maakte ze de volgende doos open. Knuffels, fotokaders, boeken, CD's en andere prullen werden één voor één zorgvuldig in kastjes en op planken gezet. Uit de allerlaatste doos haalde ze haar waardevolste bezit. Haar engel die haar beschermt tegen deze wrede wereld. Het enigste wat haar kan laten lachen als een klein kind. Het enigste dat haar enge gedachten kan wegnemen. Het enigste wat haar op dit moment troost kan bieden. Ze opende de doos en raakte de flessen voorzichtig aan. Ze voelden koel aan. Haar hart begon sneller en sneller te kloppen. Een grote glimlach verscheen op haar gezicht en weldra zou haar hart gevult worden met vreugde. De eerste fles werd opengemaakt en na enkele minuten was ze leeg. Luidkeels begon ze te zingen en te dansen in de kamer die er nu al een stuk vrolijker uit zag. De fles was leeg en had nu geen betekenis meer. Ze opende haar raam en smeet de fles naar buiten. Duizende glasstukjes rinkelden op de stenen. Ze genoot van het geluid. Onvoorzichtig zette ze zich op de vensterbank en snoof de buitenlucht op. ze kreeg het fris, maar de koelte kalmeerde haar. Een auto reed voorbij en bracht haar terug naar deze wereld. Snel sloot ze haar raam en kroop ze in bed. Slaapwel Amy, dacht ze bij zichzelf. Ze sloot haar ogen en fantaseerde over het einde van de wereld. Maar nog geen vijf minuten later verdween de glimlach en vormden er zich tientallen druppeltjes op haar voorhoofd. Haar demonen waren komen opdagen.
Een zoveelste nieuw 'begin'.
De wijzer van haar wekker sprong net op het streepje van de zes toen ze ineens recht op zat. Zweetdruppels rolden over haar voorhoofd. Met haar handen probeerde ze het gebonk in haar hoofd te stoppen. Voorzichtig deed ze haar ogen open, maar al snel zag ze de wrede demonen uit haar dromen heen en weer door haar kamer lopen. Al haar waardevolle spullen werden verscheurd en stuk gegooid. Het was net alsof haar hart uit haar borstkas werd gerukt. Het gebonk in haar hoofd werd harder en ze kon het niet laten om te gillen. Zo ging het elke ochtend rond zes uur. Een paar minuten later was het rustig geworden in de kamer. De wrede demonen waren verdwenen en alle spullen stonden weer op hun plaats. Voorzichtig stapte ze uit haar bed. De koelte van de vloer waarop ze liep deed haar huiveren. Met haar voorhoofd leunde ze tegen het raam en ademde ze stilletjes. Een traan rolde over haar wang. Zo wou ze de dag niet beginnen, maar het kon niet anders. Buiten glinsterden de glasstukjes door het licht van de straatlantaarn.
Aarzelend stond ze voor haar kast. Wat ze vandaag ging aandoen werd de eerste indruk van misschien haar nieuwe vrienden. Ofwel ging ze netjes, ofwel ging ze zoals zichzelf. De keuze was snel gemaakt. Haar oude versleten jeans met gaten op kniehoogte werd als eerste uit de kast gegrepen. Daarna volgde een iets te klein shirt dat al vele concerten had meegemaakt. Ze trok haar pyjama uit, trok nieuw ondergoed aan en daarna haar kleren. Om het af te maken haalde ze haar riem boven, een oude lederen riem die ze van één van haar vorige beste vrienden had gekregen. De meeste voorwerpen, kledingstukken en CD's die ze in haar kamer had liggen hadden sentimentele waarde. Het hoorde bij haar, zij had een verhaal net als haar bezit. Ze nam haar mp3 en zette hem op. Vrolijke muziek toverde haar bange gedachten om naar hoop. Ze huppelde de trap af en schoof aan de ontbijttafel. Haar moeder gaf haar de doos ontbijtgranen aan en gunde haar geen blik. Amy wist hoe haar moeder over haar dacht, maar ze gaf er geen moer om. Minuten gingen voorbij en wanneer de klok acht uur aan duidde stond Amy recht en liep ze het huis uit. Met haar zak op haar rug huppelde naar school. Haar vader had het vol sarcasme gezegt: 'Omdat je toch zo graag naar school gaat, heb ik een huis uitgekozen waar de school dicht bij ligt liefje! Ben je nu niet blij?' Maar Amy had geleert opmerkingen zoals deze te negeren. Toen ze na vijf minuten was aangekomen aan de straat van haar school vertraagde ze haar pas. Eenmaal ze voor het gebouw stond, stopte haar hart met kloppen.
Haar vorige scholen waren eng en kil. Het waren net gevangenissen die ervoor zorgden dat je niet kon weglopen. Hun muren waren hoog en versiert met puntig tralieswerk. De poorten waren meestal uit metaal gebouwd en beklad met gore teksten. Maar deze school was anders. Een glimlach verscheen op Amy's gezicht. Het eerste wat ze zag waren de bomen die er stonden. Het eerste wat er in haar opkwam was het woord natuur, hetgene wat ze zo hard had gemist in de laatste stad waar ze had gewoond. Ze wandelde de school rustig binnen. Al snel werden er hoofden omgedraaid en volgden tientallen paar ogen haar. Amy trok er zich niets van aan, ze was dit gewoon. Ze was weer een nieuw meisje die hun territorium binnen wandelde. Haar ogen zochten een leeg bankje waar ze op kon gaan zitten en wachten tot de bel ging. Ze wandelde naar een houten bankje onder een paar kleine boompjes. Voorzichtig zette ze zich neer en bekeek de omgeving eens beter. Hier en daar stonden bloemperkjes, grote maar ook kleine boompjes en zelfs een paar fonteintjes. De glimlach op haar gezicht werd groter en groter. Misschien dat ze het hier toch leuk ging gaan vinden. Toen gleden haar ogen over de leerlingen die rond haar stonden. Teleurgestelt keek ze weer naar de bomen. Net zoals op haar andere scholen zagen de leerlingen er weer hetzelfde uit. Niemand die anders was, uniek. Haar hoop verdween. Haar gedachten namen haar mee naar een andere wereld. Levensloos staarde ze voor zicht uit en de ogen die haar onderzoekend aankeken negeerde ze. Totdat plotseling de bel ging. Het had haar weer naar deze wereld gebracht.
De dag was voorbij. Haar nieuwe boeken stonden vol tekeningen van figuren die je bijna niet herkende. Haar klasgenoten hadden honderden woorden met haar uitgewisselt, maar geen één van hun had haar leren kennen. Ze voelde zich eenzaam en liep de lokalen voorbij. Net voor ze de poort uitliep wisselde ze een blik uit met een onbekende jongen. Zijn bruine ogen keken haar vragend en begrijpend aan. Nog nooit had ze zo iemand gezien die haar zo kon stil maken. Haar mond viel zachtjes open en haar wangen werden roze gekleurd. Hij streek met zijn hand door zijn zwarte haren en keek de andere kant op. Het magische moment was voorbij. Emy voelde zich weer eenzaam. Enkele seconden had ze zich warm gevoeld, maar nu was het weer zo koud. Teleurgesteld liep ze verder naar huis. Honderden vragen kwamen in haar op, maar één vraag bleef terug keren. Hoe zou zijn stem klinken.
Thuis schopte ze haar schoenen uit en liep ze stilletjes de trap op. Haar vader lag in zijn kamer te slapen en een woedeuitbarsting van hem kon ze nu wel missen. Ze opende de deur van haar kamer en het licht dat door haar raam binnenviel verblinde haar even. Ze liep de kamer in en sloot de deur. Zachtjes zakte ze neer en genoot ervan. Het verwarmde haar lichaam en deed haar denken aan de jongen van daarnet. Hoe zou hij ruiken. De vragen kwamen weer in haar op, maar alleen de belangrijke vragen. Ze hoefde zijn naam niet te weten, zijn leeftijd en woonplaats al evenmin. Ze wou alleen de belangrijkste zaken weten, de zaken die je automatisch te weten komt wanneer je bij die persoon bent. Hoe klinkt zijn stem, hoe ruikt hij, hoe beweegt hij, hoe voelen zijn aanrakingen. Zonder het te beseffen kleurden Amy haar wangen weer roze. Ze gaf zichzelf een knuffel en zette zich recht. Uit een lade haalde ze papier en potlood boven en begon hem te tekenen. De details klopten niet helemaal, maar dat deed er niet toe. Amy wou hem tekenen hoe ze hem had gezien en hoe hij haar had warm gemaakt. Het enigste dat volledig klopte waren zijn ogen. De ogen die haar vragend en toch begrijpend hadden aangekeken. Emy droomde weg toen ze uit het raam keek. Morgen zou ze hem aanspreken, als ze durfde. Toen volgden haar ogen de weg naar een klein ijskastje. Daar stond haar held die haar morgen de moed zal geven.
De noten die hij zong.
Amy huppelde vol moed naar school. Met een fles, waarvan ze het etiket had afgescheurd, in haar hand stak ze al de leerlingen, mannen, vrouwen en oudere mensen voorbij. De zon scheen fel in haar ogen en verblindde haar lichtjes. Ze opende haar mond en zong triestige liedjes op een gelukkige manier. Ze gaf geen moer om de afkeurende blikken die ze kreeg. Over enkele minuten zou ze hem, haar droomprins, terug zien.
Het plan was niet goed verlopen. Honderden toeren had ze afgelopen op de speelplaats, maar hun paden hadden geen enkele keer gekruisd. Bedroeft zat ze op een oud bankje te dromen van hoe zijn stem zou klinken. Rond haar draaide de wereld maar door. Het was onmogelijk te verklaren waarom, maar plotseling werd ze warm vanbinnen. Alsof het in de sterren geschreven stond keek ze op en daar stond hij in al zijn glorie. Zijn warme glimlach nodigde haar uit en zijn prachtige blauwe ogen begroetten haar. Een roze kleur sierde Emy's wangen en de zon liet haar ogen schitteren. "Hey." De manier waarop hij het had uitgesproken was net het refrein van het mooiste liefdesliedje dat ze ooit had gehoort. Dit was de eerste jongen, de eerste persoon die haar zo had kunnen betoveren. Er hoefden geen woorden meer gezegt te worden. Voor het eerst sinds een lange tijd voelde Emy zich gelukkig en veilig. "Ik ben Frederik." Vertelde hij haar met een glimlach. Ook op Frederiks wangen kwam een roze schijn tevoorschijn. Zonder na te denken of het wel een slimme zet was, legde Emy haar hand op zijn borst. Hij ademde zachtjes en ze voelde het geklop van zijn hart. Langzaam, in een prachtig ritme. "Ik heb nog nooit een meisje zoals jou ontmoet." Stotterde hij. Voor het eerst leek hij verlegen en snel trok Emy haar hand terug. "Sorry." Stamelde ze en ze draaide haar hoofd weg. In een fractie van een seconde nam hij haar hand weer vast. Haar huid was zo zacht als satijn. "Ik ben Amy trouwens."
Twee tieners in een moderne wereld die warmte, geluk en veiligheid bij elkaar ontdekken.
The End.