Onze laatste minuten samen naderden. We zaten samen, dicht tegen elkaar aan, op een bankje te wachten. Je praatte, maar ik kon niet luisteren. De gedachten in mijn hoofd hadden aandacht nodig en ik voelde me genoodzaakt hen aandacht te geven. Terwijl jij nog steeds enthousiast aan het praten was, staarde ik naar de lantaarnpaal en het enigste dat ik kon zien was warmte. Het lawaai van de bussen, auto's en treinen was ver te zoeken. Plotseling voelde ik je aanraking op mijn arm en je blik die me vragend aankeek. Met je ogen doorzocht je mijn gedachten, maar je vond het antwoord niet waarom ik zo stil was. 'Is er iets?' Vroeg je. Mijn mond opende zich en de woorden die eruit kwamen stelden je gerust, ik was alleen maar aan het nadenken. Toen ik terug naar de lantaarnpaal keek was de warmte verdwenen en zag ik alleen licht. Mijn lichaam begon te beven. Terwijl je nog steeds in mijn gedachten aan het rondzoeken was naar het antwoord, blies ik in mijn handen. 'Heb je het koud?' Zei je en zonder dat ik kon antwoorden nam je mijn hand tussen jouw twee handen. De warmte kwam terug en ik begon te blozen. Toen ik je aankeek schitterden je ogen en ik voelde me gelukkig. Dankzij je warmte, je aanraking, je stem en je gedachten was ik gelukkig. Enkele minuten later moest ik afscheid van je nemen. Het voelde aan alsof mijn hart werd leeggeprikt met duizende kleine naaldjes en de liefde, warmte en het geluk eruit stroomde. Ik voelde me leeg en eenzaam en liep naar huis. Maar wel met de gedachte dat ik die dag geluk had leren kennen.